Make your own free website on Tripod.com

ICD-Informatiesite
Medicijnen

Home

Waarom krijgt iemand een ICD
Wat is een ICD
De werking van een ICD
Het ontstaan van de ICD
Nieuwe ontwikkelingen in de ICD technologie
Wat is een Pacemaker ?
Techniek in & om de Pacemaker
Een ICD als Levensverzekering
Uitleg omgang apparatuur
De Werking van het Hart
Het Bewustzijn
Reanimatie
De Ademhaling
Automatische Defibrillator
Automatische Defibrillator - Vervolg
Hartziekten
Hartinfarct
Hartklepgebreken
Hartfalen
Aangeboren Hartafwijking
Vaat - aandoeningen
Syndroom van Marfan
Onderzoeksmethoden
Behandelingen
Aanpak Hartfalen
DNA-diagnostiek Cardiomyopathie
Nieuwe operatie technieken
Anesthesie
Stamceltransplantatie
Hartinsufficiëntie
Wachttijden
Hartoperatie's Buitenland
Leven met Hartfalen
Hartritmestoornissen
ECG
EFO - Ablatie
De Fietsproef
Medicijnen
Posttraumatische dystrofie
Reizen met een ICD
Autorijden met een ICD
Procedure - CBR
Bezorgdheid
Angst, Onzekerheid & Tips
Leren omgaan met Angst
Verwerking van schokkende gebeurtenissen
Traumatologie
Hartverwarmende opmerkingen
Te Hoog Cholesterol
Te Hoge Bloeddruk
Hypertensie
Hartrevalidatie & Lichamelijke inspanning
Hart in Beweging - HIB
Mijn interview in de Hartbrug
Interview met Donorwachtende
Interview met een Donor-ontvangster
Lotgenoten
Nieuwsbrief
Agenda
Werkgroepen - Federatie Hartezorg
Aangesloten organisaties van de Federatie Hartezorg
Hart en ICD Centra in Nederland
Herbalife
Gastenboek
Links

 

 

 MEDICIJNEN BIJ HARTRITMESTOORNISSEN 

 

 

 

Wie last heeft van ritmestoornissen krijgt soms, in de loop van de behandeling met medicijnen, achtereenvolgens met veel verschillende medicijnen te maken. Ook  gebruiken mensen soms verschillende medicijnen naast elkaar. De werking van de medicijnen is er op gericht de duur van de aanvallen te beperken ende aanvallen zelfs zoveel mogelijk te voorkomen. Als ze toch optreden kunnen medicijnen ervoor zorgen dat de aanvallen minder klachten geven. Medicijnen die bijvoorbeeld bij boezemfibrilleren gebruikt worden vertragen het te snelle hartritme en (heel belangrijk) voorkomen de vorming van bloedstolsels. Anti-aritmicaworden gebruikt om aanvallen van boezem-ritmestoornissen of kamertachycardie te behandelen en/of te voorkomen. De middelen die invloed hebben op het hartritme hebben relatief veel bijwerkingen. Daarom moeten deze middelen de voor en nadelen heel zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen.

 

Dit zijn de meeste gebruikte medicijnen bij hartritmestoornissen.

 

- DIGOXINE

- ANTI-ARITMICA

- BLOEDVERDUNNERS [=ANTI-COAGULANTIA]

- PLAATJESREMMERS [=TROMBOCYTEN-AGGREGATIEREREMMERS]

 

De werkzame stof van Digoxine kwam vroeger uit vingerhoedskruid (digitalis); tegenwoordig wordt het in chemische laboratoria gemaakt. Het voordeel hiervan is dat de samenstelling exact bekend is. Als de hoeveelheid in het bloed te laag is dan werkt het onvoldoende. Als de hoeveelheid in het bloed te hoog is bestaat de kans op bijwerkingen. Daarom wordt er vaak bloed afgenomen om te controleren of de dosering juist is. Digoxine wordt gebruikt bij boezemfibrilleren en hartfalen. Oudere mensen hebben minder digoxine nodig dan jongere. Daarom is het nodig in de loop van een (langdurige) behandeling te bekijken of u de dosis kunt verlagen of dat u er mee kunt stoppen. Met name oudere en mensen met een verslechterde nierfunctie zijn extra gevoelig v oor de bij werkingen.Ook door de combinatie met bepaalde andere medicijnen kunnen de bijwerkingen toenemen.

 

    Anti-aritmica

Tegen hartritmestoornissen kan een groot aantal verschillende medicijnen worden gebruikt. Elk daarvan beïnvloedt de prikkelgeleiding in het hart, of de prikkelbaarheid van de hartspiercellen. Bij de prikkelgeleiding van het hart spelen de geladen deeltjes een belangrijke rol, waaronder natrium kalium en calcium. (zie hierna bijvoorbeeld klasse 1, 3 en 4). Omdat er verschillende oorzaken van ritmestoornissen zijn, kan geen algemene regel voor het gebruik van diverse medicijnen gegeven worden. Een arts zal voor iedereen afzonderlijk de aard en de dosering van het medicijn moeten bepalen en het kan lang duren om het voor u juiste middel en de juiste dosering zijn gevonden. Sommige van de oorgeschreven medicijnen doen meer dan alleen het hartritme reguleren. Ze werken bijvoorbeeld ook op de spiercellen in de bloedvaten en het maagdarmkanaal. Wie anti-aritmica gebruikt moet dus attent zijn op bijwerking. Als u vermoedt dat een bepaald verschijnsel een bijwerking is, dient u op tijd te overleggen met de arts die ze heeft voorgeschreven.

 

Er zijn vier klassen anti-aritmica , ingedeeld op basis  van hoe de middelen precies werken:

 

Klasse 1 Membraanstabiliserende middelen

De middelen uit deze klasse hebben een remmende werking op de natriuminstroom in de hartspiercellen. Zo wordt de elektrische prikkel beïnvloed, waarmee het hartritme geregeld wordt. In deze groep horen disopyramide, kinidine, procainamide, aprindine, fenytoine, tocainide, flecainide en propafenon.

 

Klasse 2 Bètablokkers

Bètablokkers worden gebruikt bij veel soorten hartklachten: hoge bloeddruk, angina pectoris,en ter voorkoming van een tweede hartinfarct.  Ze blokkeren de werking van de zogeheten bètareceptoren. Hierdoor wordt het hart rustiger en daalt de bloeddruk. Van bètablokkers is overtuigend aangetoond dat ze na een hartinfarct een langdurige beschermend effect kunnen geven. Sommige bètablokkers worden ook bij ritmestoornissen gebruikt. Met name bij een versnelde hartslag die door inspanning of zuurstofgebrek wordt veroorzaakt. Ze gaan de effecten van de adrenaline tegen. Bij boezemfibrilleren en avetachycardie worden ze wel eens toegevoegd als andere middelen niet voldoende werken. Door de uitgebreide ervaring ermee zijn er veel bijwerkingen bekend, maar over het algemeen zijn  bètablokkers zeer veilige en effectieve middelen. Om bijwerkingen zoveel mogelijk te voorkomen wordt vaak met een lage dosering begonnen, met name bij ouderen. Een eventueel staken van het gebruik van bètablokkers mag nooit abrupt gebeuren. De kans bestaat dan dat hartonregelmatigheden terug keren. Bètablokkers versterken de effecten van alcohol

 

Klasse 3 middelen die de elektrische prikkel verlengen.

De middelen uit deze groep (amiodaron en sotalol) verminderen de prikkelbaarheid van het hart. De effectiviteit van de amiodaron staat in een aantal gevallen vast, maar vanwege de vele ernstige bijwerkingen die kunnen optreden, zal vaak eerst wat anders  geprobeerd worden. Het heeft een heel langdurige werking, tot maanden na staken van het middel. Sotalol is eigenlijk een bèta blokker die ook de elektrische prikkels verlengt.

 

Klasse 4 calcium - antagonisten

Calcium antagonisten (verapamil en diltiazem) remmen het binnenstromen van calcium in de hartspiercellen, waardoor deze minder prikkelbaar worden. Hierdoor wordt o.a. de geleiding in de av-knoop vertraagd. Met name verapamil wordt gebruikt bij hartonregelmatigheden. Bij ritmestoornissen die niet in de hartkamer ontstaan, is het vaak het eerste keusmiddel omdat het weinig ernstige bijwerkingen heeft.

 

Bloedverdunners [=anti-coagulantia]

De ingeburgerde naam bloedverdunners is feitelijk niet juist, want deze middelen verdunnen het bloed niet. Wel zorgen ze ervoor dat het bloed minder snel stolt. De anti coagulantia (letterlijk : anti-klontermiddelen) onderdrukken de diverse stollingsmechanismen in het bloed, zodat minder gemakkelijk bloedpropjes ontstaan. Bij boezemfibrilleren worden bloedverdunners voorgeschreven Om te voorkomen dat er bloedpropjes ontstaan die in de hersenen terechtkunnen komen.  Buiten het ziekenhuis worden alleen de zogenaamde cumarines gebruikt. Het effect van cumarines wordt door de trombosedienst gecontroleerd. Volg altijd nauwgezet de instructies van de trombosedienst op. Heel belangrijk is dat u niet op eigen initiatief ook nog Aspirine of Ascal (zie plaatjesremmers) gaat gebruiken. Als u anderen medicijnen gebruikt die de bloedstolling kunnen beïnvloeden, overleg dit dan altijd met de trombosedienst.

 

Voor meer informatie kunt u de brochure Medicijnen en hartziekten schriftelijk aanvragen bij de Nederlandse Hartstichting.

Postbus 300, 2501 CH, Den Haag

 

Plaatjesremmers [=trombocyten-aggregatieremmers]

Plaatjesremmers zorgen ervoor dat de bloedplaatjes (trombocyten) die verantwoordelijk zijn voor het klonteren van het bloed minder goed werken.Doordat de bloedplaatjes zich niet goed meer aan de wand van bloedvaten kunnen hechten, treedt minder snel ongewenste stollingen op in de vorm van trombose of embolie. De plaatjesremmers worden soms bij boezemfibrilleren gebruikt. In Nederland worden acetylsalicylzuur  (merknaam: Aspro  (Cardio en Aspirine) En carbasalaatcalcium  (merknaam Ascal (Cardio)) als plaatjesremmers gebruikt. Er is slechts een kleine hoeveelheid van deze stoffen nodig om de klontering van de bloedplaatjes te remmen. Daarom komen bijwerkingen weinig voor. Soms treden buikpijn of maagpijn, brandend maagzuur of misselijkheid op. Bij astmapatiënten kan benauwdheid voorkomen. Neem dan contact op met uw huisarts. Zie voor uitgebreide informatie over plaatjesremmers de brochure Medicijnen en hartziekten van de

Nederlandse Hartstichting.

 

Medicijnen : hun werking en bijwerking

 

Medicijnen hebben een werking en een of meer bijwerkingen. Ze werken nooit alleen precies op die plaats waar ze dienst moeten doen: ze hebben ook effect op andere delen in uw lichaam. Bijna alle middelen die invloed hebben op hartritmestoornissen hebben een vertragend effect op de prikkelgeleiding. Bij sommige hartritme afwijkingen (Bradycardieën) kan dat juist ongewenst zijn. De bijwerking van de middelen bij hartritmestoornissen zijn zeer uiteenlopend. Wel hebben zij bijna allemaal met elkaar gemeen dat ze zelf ook hartritmestoornissen kunnen veroorzaken. Die bijwerking is vaak afhankelijk van de dosering. Daarom is een juiste dosering van groot belang en kunt u niet zelf de medicijndosering aanpassen bij aanvallen van hartritmestoornissen. Daarvoor heeft u altijd het advies van uw doktor nodig.

 

Tijdens de zwangerschap wordt het gebruik van de meeste medicijnen sterk ontraden. In sommige gevallen moeten de medicijnen echter doorgebruikt worden. Raadpleeg hierover altijd uw arts. Het is belangrijk dat u alle veranderingen die u in uw lichaam waarneemt, bespreekt met uw arts.Sommige vage klachten kunnen een voorteken zijn van ernstigere bijwerkingen. Vraag uw arts of het nodig is van tijd tot tijd laboratorium onderzoek te laten uitvoeren naar de toestand van andere organen..

 

www.hartstichting.nl